Sigmund Family Memorial

Olly
Vanaf 1 september 1941 mochten Joodse kinderen niet meer naar openbare scholen. Lotte kwam toen in een klasje met 5 Joodse meisjes dat opgericht was door mevrouw Souget, lerares en moeder van Esther die ook in het klasje zat. In dat klasje zaten verder Renate, Lia en Olga (Olly). Lotte en Olly zijn in de korte tijd dat ze elkaar kenden heel goede vriendinnen geworden.
Esther en Olly hebben de oorlog overleefd. Olly vertelde dat de vriendschap ontstond omdat zij en Lotte gepest werden. Olly kwam niet van dezelfde school als de anderen. Lotte had wel op de Montessorischool gezeten maar sprak net als Olly met een licht accent. Lotte en Olly vormden samen een blok tegen de andere meisjes in de klas.

Pesten
Dat weet ik allemaal nog zo goed, dat vóel ik nog! Dat zijn natuurlijk belangrijke jaren. Dit is natuurlijk heel heftig op die leeftijd. We mochten niet meer naar school, we mochten dit niet en dat niet en dan kom je ineens in een klasje in een sfeer die tégen jóu is, tegen mij was. En dan denk ik, ja ik was zeker een gek kind of ik had gekke kleren, of dit was gek of dat was gek. Maar dat was het helemaal niet. Nu op mijn 82e begrijp ik dat ik een vreemde eend in de bijt was. Dat heeft gemaakt dat Lotte en ik bevriend werden.
Wát er precies was weet ik niet maar die meiden die pestten ons. Of die hadden geheimpjes weet je wel, en giechelpartijen waarbij wij dan niet wisten waar dat om ging. Zulk soort dingetjes.


Olly herdenkt Lotte I
In museum Westerbork ging ik naar een kamer apart waar ik het grote boek ingekeken heb waar al onze familie in staat en data dat ze van Westerbork weggevoerd werden. En waarheen, en wanneer ze overleden waren. En ze hebben voor mij ook een kopie gemaakt van de bladzij waar de familie Sigmund op staat. Want en dat begrijp je dat Lotte eigenlijk mijn gehele leven bij me gebleven is, op de één of andere manier. Ik ben niet zo een huilerig type dat ik iedere dag denk och die arme Lotte, dat is het niet. Maar ze is er nog!
Ik heb een keer een hele mooie predicatie gehoord bij ons in de synagoge van een rabbijn, die nu ook al niet meer leeft, die zei; Zolang je aan ze denkt, zijn ze er nog.
Als niemand meer aan ze denkt, dan zijn ze voorgoed verdwenen.
En ik had voor mezelf het idee, ik ben de enige in de wereld die nog aan ze denkt.



Olly herdenkt Lotte II
Ik denk dat ze in Westerbork geweest is want vanuit Amsterdam gingen ze niet naar Auschwitz, dat wist men ook helemaal niet. Ze gingen naar het oosten om te werken. De naam Auschwitz kwam helemaal nog niet voor. Er werd ons altijd zand in de ogen gestrooid. We hadden ook rugzakken klaarstaan met warme kleren, want je moest je daar warm aankleden, om te werken.
Ze gingen zó vanuit de trein, over het perron de gaskamer in.


Olly vertelt over haar eigen onderduiken I
Wij gingen zogenaamd naar Amsterdam. We gingen even om de hoek.. Eerst kwam de verhuiswagen meubels halen, en wat er nog in ons huis stond. En met een knipoogje van -houdt u het maar even zolang vast tot we weten waar we naar toe gaan- En die man heeft het ergens opgeslagen, was ook de helft van gestolen na de oorlog. Maar oké. Die meubels, mijn moeder heeft nog lege kisten met grind gevuld want we hadden al zoveel goederen laten onderduiken omdat ze bang was dat de buurt zou zeggen nou die Joden daar die hebben ook niet veel, dat het opvallend was. Zeggen ze er zijn lege kisten zijn meegegaan met een beetje rotzooi erin.

Olly vertelt over haar eigen onderduiken II
We gingen eerst om de hoek, bij en dat is een bekende naam, Marjanne Philips, bij de familie Goudenket gingen we lunchen. Zij was Joods, hij was niet Joods. Zij was schrijfster. Marjanne Philips, zij was een hele bekende Nederlandse schrijfster. Ik weet zelfs nog een titel van een boek van haar, 'Henri van de overkant'. Daar hebben we geluncht. En in de loop van de middag zijn we weer vertrokken en naar een andere familie gegaan, waar we 's avonds gegeten hebben. En in het donker kwam de buurman of de zoon van de buurman, een dominee, ons ophalen. En in het donker zijn we naar het volgende adres gebracht. Allemaal lopend. Zo ging dat, zo omzichtig. Je kon niet zomaar vanuit je huis naar een onderduikadres gaan. En iedereen wist dat we waren geëvacueerd naar Amsterdam. Maar daar waren we nooit geweest. Dus zo deed je dat.

De familie Frank, van Anne Frank, die hebben rondgestrooid dat ze op weg waren naar Zwitserland. Dus daar ging het praatje van rond; die zijn naar Zwitserland gevlucht. Of het is officieel gegaan, maar men dacht dat ze in Zwitserland zaten. Dat was ook helemaal niet waar.
Je legt een rookgordijn aan en wist niemand dat je ging onderduiken. Ja zo ging dat.