Brieven
In het archief van het Joods Museum zijn twee brieven; één is gericht aan Sigmund en de andere gaat over Sigmund. De eerste brief is in het klad geschreven ondertekend met de letters E W, Elly Weijl. Zij was secretaresse van Sigmund, in Amsterdam.
In deze brief, gericht aan de heer Sigmund staat dat Joop [de Nooij] instructies heeft doorgegeven. Ze schrijft verder: Bij Sio gaat alles vlot en zullen Uw zaken in Uw geest naar mijn beste kunnen worden behartigd.
De brief is mogelijk opgesteld in de tijd dat het gezin Sigmund in Westerbork gevangen zat.
Vertrek uit westerbork
Deze brief is een zeer aangrijpend live verslag van wat de briefschrijfster meemaakte tijdens het vertrek van het gezin Sigmund richting Auschwitz. Ze beschrijft het op een empathische, filmische manier. Het is alsof je er zelf bij bent.
Ik ging naar hem toe en noemde mijn naam. Hij drukte mij de hand, vrij lang en zwijgende bracht ik hem naar de coupé waar zijn vrouw en kinderen zaten.
Toen de trein zich in beweging zette zocht ik de coupé op, drukte ze de hand en wuifde ze na.
Het transport dat het gezin Sigmund naar Auschwitz reed was op 10 Augustus 1942. Het kwam 12 augustus aan in Auschwitz.
Käthe, Lotte en Kurt zijn bij aankomst in de gaskamers vermoord. Ernst Sigmund overleed drie weken later op 4 september 1942 aan Pleuropneumonie.
Transport 10 Augustus 1942
In de brief aan Elly Weijl staat dat het gezin Sigmund plaatsnam in een treincoupé. Een medewerker van Kamp Westerbork schrijft over dit transport:
Op dat moment werden voor de transporten nog gewone treinen gebruikt, geen veewagens. Dat is pas vanaf maart 1943. De trein vertrok ook nog niet vanuit het kamp, maar vanaf het station in Hooghalen. De spoorlijn naar het kamp was op dat moment nog in aanleg en is in november in gebruik genomen.
Vandaar ook de opmerking dat hij moe was omdat hij terugkwam van de registratie in het kamp. Het zou dus kunnen zijn dat het gezin maar heel even in Westerbork is geweest, als ze al niet rechtstreeks vanuit Rotterdam met een korte tussenstop naar Auschwitz zijn doorgevoerd.
Volgens het Kalendarium der Ereignisse in Auschwitz Birkenau kwamen met dit transport van de RSHA Holland uit Westerbork op 11 augustus 1942 in totaal 559 mensen aan; 288 mannen en 271 vrouwen. Van hen werden 164 mannen en 131 vrouwen geselecteerd. de overige 264 zijn naar de gaskamers gestuurd.
Joodsche Raad Cartotheek
De Joodsche Raad Cartotheek is tijdens de Tweede Wereldoorlog aangelegd door verschillende afdelingen van de Joodsche Raad in Amsterdam. Een Joodsche Raad Cartotheekkaart bevat persoonlijke informatie en vaak staan ook familieleden bijgeschreven op de kaart. Daarnaast bevat het informatie over eventuele sperre, een vrijstelling voor deportatie.
Na de Tweede Wereldoorlog is in rood potlood de deportatie datum opgeschreven door het Rode Kruis. Op dit moment bevindt de cartotheek zich fysiek in het Nationaal Holocaust Museum en is het digitaal beschikbaar via Arolsen Archives en oorlogsbronnen.nl. [tekst:oorlogsbronnen.nl]
Naam
geb. 13. 5. 1902
Scheinfeld
Nu kan ik op deze wijze even met U allen praten.
Ik hoop v harte, dat het u allen goed gaat en dat
U de reis goed hebt doorstaan.
Joop zond mij . . . . . . . . . . een tel met instr. (instructies?) en
later een uitgebreid schrijven, en was ik erg blij op die
manier nog iets van U te hebben gehoord. Aan uw instru's (?)
was reeds gevolg gegeven. Ook was ik nog zeer A. en heb
ingevolge uw verzoek gehandeld.
Hier is alles tot nu toe onveranderd. Bij Sio
gaat alles vlot en zullen Uw zaken in Uw geest naar
mijn beste kunnen worden behartigd.
Ik denk heel veel aan u en vertrouw dat Uw
flinke aard U ook beiden . . zal helpen.
Indien het u mogelijk is zoudt u mij dan
eens willen schrijven? Ik zou het heerlijk vinden.
Hebt vertrouwen en houd goeden moed!
Heel veel hartelijke gr. voor Uw allen, ook van
mijn ouders en een stevige handdruk,
Uw
EW
Lieve Elly, (op donkere achtergrond leggen)
Even een antwoord op jouw brief. Ik kan nu wel
begrijpen dat je meer wenscht te hooren, dat veel
meer heeft er niet plaats gevonden. Vergeet
niet dat bij het vertrek de stemming altijd
nerveus is, al ziet men daar uiterlijk niets van,
en de tijd zeer kort. Ik herinner me wel dat
ik gevraagd heb of jij er iets van wist (aan
mevrouw, meneer was er toen niet) Ze zei toen
ongeveer: Nee, verschrikkelijk, ze behoorde zoo
héélemaal in ons gezin!
Met mr S. maar zeer weinig gesprooken. Hij
liep in de rij van mannen, welke van de registrie
in het kamp, terugkwamen of 't station. Bij het
hek, waar ik moest staan, ving ik hem op (ik
herkende hem onmiddellijk) Ik ging naar hem
toe en noemde mijn naam. Hij drukte mij de
hand, vrij lang en zwijgende bracht ik hem
naar de coupé waar zijn vrouw en kinderen
zaten. Hij was zeer vermoeid 1) en eenigszins
verward 2). Aan het coupéraam nam ik toen
maar het woord, en vroeg wat ik voor hem doen
kon. Toen zei hij: sein Elly mijn vertrek, en
laat ze Vroomhoop berichten. Geef haar mijn
hartelijke groeten, en vraag haar . . . ., en toen
kwamen de instanties. Onmiddelijk nadat hij
1) alles loopend, en niet geslapen
2) echter niet down
uitgesproken was moest ik hem van mijn chef verlaten,
om andere menschen te helpen. Toen de trein zich in
beweging zette zocht ik de coupé op, drukte ze de hand
en wuifde ze na. Voor andere hebben ze geen groeten
gegeven, doch heusch, op zulke ogenblikken, zijn de
menschen in de eerste plaats met zich zelf bezig, en mag
je dat niet kwalijk nemen. Nu iets anders.
met de rugzak hoef je maar weinig te loopen, doch
hoe is dat in Duitschland? Het beste is, zonder
gekheid, er iedere avond mee te loopen, dus wat men
noemt een beetje trainen. Ik ben in afwachting van
de rugzak en beenkappen, Sjonge, sjonge!
De naam Auschwitz las ik op één van de rugzakken,
en toen een dame deze kwam ophalen, vroeg ik of zij
mevr. D van de Fante (?) was, hetgeen 't geval was. Ze was met
het razzia transport van de Apollobuurt, zoo ze vertelde,
of de fam. S. wintergoed bij zich had, weet ik niet.
Mevr. S zei dat ze alles bij zich had, en dat één en ander reeds
lang gepakt stond. Wat nazending betreft, wendt je tot
de . . . . (naam)
Overigens ligt Auschwitz niet in Galicië, doch
in Opper - Silezië. Het is net als Westerbork, slechts
een doorgangskamp, van waaruit de tewerkstelling plaats
vindt. Spreek je weer met Chelly (?) Blits ?
Veel liefs